Veel promovendi hebben – of krijgen in de loop van de tijd – een hekel aan schrijven. Hoe kan dat toch, hoe kan het dat je geen plezier meer in schrijven hebt of dat plezier bent kwijtgeraakt? Terwijl schrijven een van de belangrijkste onderdelen van je hele promotie is. Zonder schrijven geen publicaties, maar ook geen call for papers en dus geen deelname aan congressen en symposia, zonder schrijven geen aanvragen voor geld om je onderzoek te financieren, zonder schrijven…. simpelweg geen promotie.

Dat je het plezier verliest in schrijven verliest, is eigenlijk is het heel verklaarbaar. Er zijn 5 belangrijke factoren voor, en die zijn te verdelen in externe en interne factoren.

dissertatie

Externe factoren

Factor 1 HET COMMENTAAR VAN JE BEGELEIDER
Externe factoren zijn de zaken die ‘van buiten’ op je afkomen. Een belangrijke externe factor is het commentaar dat je krijgt op je tekst. De kans is heel groot dat je vooral negatief commentaar krijgt op je tekst, je krijgt vooral te horen wat er niet goed is. En dat negatieve commentaar krijg je bijvoorbeeld van je begeleider. Ik hoor van veel promovendi dat tekstbesprekingen met hun begeleider niet heel prettig zijn. Ze krijgen hun tekst bijvoorbeeld helemaal vol met commentaar terug. Van het soort commentaar dat ongeveer klinkt als ‘dit lijkt wel kabbalah, je onderbouwt niet goed , dit is nonsens’ tot zeer gedetailleerd commentaar op zins- en woordniveau. En vaak worden er dan verbeteringen gegeven, waarvan het onduidelijk is waarom het een verbetering is.
Óf je krijgt een aantal losse opmerkingen als ‘hier moet je nog verder aan werken’,’dit is niet onderbouwd’, ’ik mis hier nog wat substantie’ en wordt daarmee weer weggestuurd.
Het lastige is: vaak krijg je geen commentaar op de vraag waarom  iets niet goed is, wordt er geen uitleg gegeven wat je zou moeten doen om je tekst te verbeteren – behalve dan het overnemen van datgene wat je begeleider heeft opgeschreven. En als je dan pech hebt, neem je inderdaad keurig het commentaar over en krijg je een volgende keer te horen dat het nog steeds niet goed is, of krijg je commentaar op datgene wat je letterlijk hebt overgenomen.
Heel frustrerend. En het zorgt dat je plezier in schrijven verdwijnt.

Tip
Een hele praktische tip hiervoor: denk goed na over wat jij nodig hebt bij een tekstbespreking met je begeleider. Probeer vantevoren aan te geven wat voor soort commentaar je graag zou willen hebben. Geef aan wat de status van je stuk is voordat je het aan je begeleider geeft. Zeg bijvoorbeeld dat je graag wilt weten of de rode lijn in je verhaal helder is, en hoe je die zou kunnen verbeteren. Of start het gesprek met aan te geven – of vantevoren alvast op papier te zetten en dat bij je stuk in te leveren – met datgene waarvan je zelf ook vindt dat het nog verbeterd moet worden. Dat kan een hoop ergernis en onnodig commentaar schelen. En kan voorkomen dat je commentaar krijgt op iets waarvan je zelf ook wist dat het anders zou kunnen en helemaal niets te horen krijgt over datgene wat voor jou op dit moment belangrijk is.
Het is dus belangrijk om bij dat soort besprekingen zelf het heft in handen te nemen. Een agenda maken, aangeven wat je graag wilt of nodig hebt is helemaal niet gek om te doen. Of liever gezegd: het is hoogst noodzakelijk dat je dat doet, wil je de bespreking vruchtbaar maken voor jou en voor je begeleider. De meeste begeleiders zullen dat soort initiatief alleen maar van harte toejuichen. Meer tips daarover vind je hier.

Factor 2 HET COMMENTAAR VAN REVIEWERS
En dan is er het commentaar van de reviewers. Wat je daar te horen krijgt is vaak niet mals. Ik ken verhalen van mensen die na maanden wachten op het commentaar heel hard aan de slag gaan met de input, ploeteren met bloed zweet en tranen, opnieuw hun artikel submitten, en dan toch een afwijzing krijgen. Of die enorm leuren met hun artikelen en het uiteindelijk na een jaar en veel revisies gepubliceerd krijgen. Geen wonder dat je dan de lol in schrijven verliest.
En het lastige van tijdschriften en reviewers is: het is een soort tombola. Je kent het misschien wel, zo’n verloting waarbij je altijd iets wint, maar nooit precies vantevoren weet wat. Het kan van alles en nog wat zijn, van iets prachtigs tot iets wat je het liefst gelijk weer in de prullenbak zou gooien. En zo is het bij een review ook: je weet niet precies wat er uit zal gaan komen, iets prachtigs of iets wat zo weer de prullenbak in kan. Zoals een intussen gepromoveerde promovendus ooit eens tegen me zei: ‘Alle reviewers zijn stom, totdat het tegendeel bewezen is.’

Tip
Je zult er mee moeten leren leven. Proberen het allemaal niet te serieus te nemen – en dat is lastig, omdat je natuurlijk wel je artikelen gepubliceerd moet krijgen. Het helpt als je het wat meer als een spelletje zou kunnen zien, inderdaad als zo’n tombola. Het zegt niks over jou persoonlijk, zo’n review. Liever gezegd, het heeft helemaal niets met jou te maken!

Factor 3 EISEN AAN DE TEKST
Een derde externe factor die maakt dat je het plezier in schrijven verliest, heeft te maken met de tekstsoort. Vaak moet je een compleet nieuw soort tekst schrijven, en nieuwe dingen doen kost altijd veel tijd. Je moet bijvoorbeeld voor het eerst een call for papers schrijven. Hoe doe je dat? Of het tijdschrift waar je in wilt publiceren heeft weer hele andere eisen dan wat je tot nu toe gewend was. Soms is ook niet goed helder wat nu precies de eisen aan de tekst zijn – soms wordt dat pas duidelijk nadat je het commentaar hebt gekregen. Helpt dat voor het plezier in schrijven? Zeker niet.

Tip
Wat kan daarvoor wél helpen? Heel goed uitzoeken wat de eisen aan de tekst zijn, vragen aan collega-promovendi hoe zij zaken aangepakt hebben, niet vergeten om vantevoren op te vragen hoe een tijdschrift een tekst aangeleverd wil krijgen, of voorbeelden van een call for papers opvragen bij het congres waar je naartoe wilt.

Tot zover een aantal externe factoren die maken dat je het plezier in schrijven verliest, maar ik kan je vertellen dat de grootste factor INTERN is, de grootste factor ben je zelf! Dat klinkt misschien gek, maar ik zal het uitleggen.

Interne factoren

Factor 4 DRUK DIE JE JEZELF OPLEGT

De meeste promovendi leggen zichzelf enorme druk op over het schrijven. Het moet allemaal in een keer goed zijn, iedereen moet je tekst geweldig vinden, je tekst moet beter zijn dan die van je collega’s… Dat soort gedachtes en ideeën gaat je niet helpen, als ik het heel voorzichtig zeg. Ik kan beter zeggen: dat soort gedachten en ideeën werken je enorm tegen.

Tip
Heb je je wel eens gerealiseerd dat je ook gewoon nog dingen te leren hebt? Dat niet alles in een keer goed kan gaan? Je zou voor de lol eens aan je begeleider moeten vragen hoe het schrijven van zijn of haar n allereerste artikel ging. Dikke kans dat je begeleider soortgelijke ervaringen heeft gehad als die jij nu hebt!  En dat is dan dezelfde begeleider die nu moeiteloos het ene na het andere artikel gepubliceerd lijkt te krijgen. Ik kan je verzekeren: dat is niet vanaf dag 1 zo gegaan. Voor de meeste schrijvers geldt dat je er gewoon veel tijd in moet stoppen, in het schrijven. En dat je door de jaren bijleert. Schrijven is een kwestie van vaak doen.

Factor 5, JE INTERNE CRITICUS
Misschien wel de allergrootste boosdoener die je de lol in het schrijven doet verliezen: je interne criticus! Je interne criticus? Ja! Dat stemmetje in je hoofd dat tijdens het schrijven zegt: deze zin klopt niet, kan ik wel op deze manier beginnen, ik heb hier nog geen referentie bij, wat zal m’n begeleider hier van zeggen, dit loopt niet lekker, kan ik dit eigenlijk wel zo zeggen, wat wil ik hier eigenlijk over zeggen, ik heb geen zin meer, laat ik even met m’n kamergenoot gaan praten, wat een slechte teksten schrijf ik toch, enzovoort, enzovoort…
Ik denk dat je het wel herkent, omdat iedereen zo’n stemmetje heeft.

Tip 
Onlangs gaf ik een workshop over schrijven, en daar startte ik met een oefening over free writing. Free writing is schrijven zonder te stoppen, eigenlijk schrijven zonder na te denken of het nou wel klopt, je probeert sneller te schrijven dan je gedachten gaan. Stop nergens voor. Je schrijft dus door zonder je te haasten. Stop nooit om dingen terug te lezen of om iets door te strepen, vraag je niet af hoe de spelling van een woord moet zijn of welk woord of welke gedachte je precies moet gebruiken en ga niet nadenken over wat je aan het doen bent. Als je niet weet hoe je iets moet spellen, probeer het gewoon, of schrijf op, ik weet niet hoe ik dit moet spellen. Het is het allergemakkelijkst als je gewoon opschrijft wat je denkt. En als je vastloopt schrijf je gewoon op ‘ik weet niet wat ik op moet schrijven, ik vind dit raar, ik heb er geen zin meer in, enzovoort’. Het enige wat je niet moet doen is stoppen moet schrijven. In een eerdere blog schreef ik daar al eens uitgebreider over.

Ik heb de groep laten free writen, en ze vervolgens gevraagd hoe dat dat was. En iedereen reageerde met: leuk, fijn om op deze manier te schrijven, ik had er wel plezier in, ik heb veel meer geschreven dan ik normaalgesproken in deze hoeveelheid tijd schrijf.

blank

En dat is eigenlijk ALTIJD de reactie die ik krijg.
Wat meer weer eens aantoont dat je jezelf het meeste in de weg zit. Een grap die wel gemaakt wordt is dat het nuttigste hulpmiddel voor een schrijver LIJM is. Je doet er wat van op je stoel, en gaat er op zitten.

Waarom je jezelf zo in de weg zit, heeft vaak te maken met wat je geleerd hebt over schrijven. Je werd geacht een onderwerp te kiezen, onderzoek te doen naar dat onderwerp, erover na te denken, dan een opzet te maken, dan je opzet verder uit te werken, stap voor stap, in de volgorde zoals die in je opzet zat, je moest zorgen voor goede kopjes en goede alineaindeling, je tekst moest eindigen met een samenvatting. Dan moest je je tekst een dag laten voor watie was, er nog eens goed naar kijken wat betreft grammatica, lay out, overgangen, wat verbeteringen aanbrengen, en dat was dat.

En dat is precies hoe het niet werkt als je voor je promotie aan het schrijven bent. Deze manier van werken zorgt voor oninteressante teksten, die niet goed doordacht zijn. Deze manier van schrijven zorgt niet voor teksten je nog eens en nog eens wilt lezen, zorgt niet voor teksten die maken dat je meer over het onderwerp wilt weten, voor teksten die maken dat je allerlei vragen krijgt, dat lezers geïnteresseerd raken. Nee, dit worden saaie teksten die je het liefst zo snel mogelijk wilt laten voor wat ze zijn, je krijgt een voorspelbare tekst, zonder eigen stijl.

Je zult jezelf dus een andere manier van werken en andere gedachtes over het schrijfproces aan moeten leren. Op mijn blog kun je daar meer over lezen. William G. Perry, Jr. een bekende psycholoog onderwijskundige, en professor op de Harvard Graduate School for Edcuation formuleerde het schrijfproces als volgt: ‘First you make a mess, then you clean it up.’ En dat is eigenlijk precies wat schrijven is.

Wat denk jij dat schrijven is? Ik lees graag je reactie.

Wil je op de hoogte blijven van alle handige tips, trucs en tools? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief van Louter Promoveren en ontvang bovendien 321 #promotietips en maak óók nog eens kans op een promotie-succes-sessie! Klik hier.    

foto’s via Flickr, met dank aan Fabio Bruna en Iylamerle.

Schrijf je in voor gratis promotietips

blank

Geef een antwoord

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Plaats reactie